Projects Icarus: Luchtbeelden IJsselstein

 


Icarus in IJsselstein. Door: Astrid Tanis


Icarus in deze 21e eeuw. Wat zou hij dragen?
Waarschijnlijk anders dan toen hij werd opgetekend in de Griekse tragedies. Zijn kleding kan niet gangbaar zijn. Niet  iedereen wil tenslotte stijgen, niet iedereen wil naar de brandende zon als een Icarus, zijn outfit moet toereikend zijn: licht, luchtig en reflecterend voor de stralende zon.
Beeldend kunstenaar en modeontwerpster Tamaar Tóth Varjú zoekt al jaren naar het ultieme kledingstuk dat een eventueel vliegen bevorderd.
Luchtige kledingstukken, niet te zwaar en toch beschermend voor grotere hoogte, isolerend en reflecterend. Natuurlijk moet het tevens handzaam zijn en makkelijk opvouwbaar tot een klein pakketje. Luchtreizen vraagt om efficiëntie. Om dit te kunnen bereiken gat ze te rade bij de vouwblaadjestechniek voor kinderen. Kinderen leren met kleine platte blaadjes vernuftige beweegbare objectjes te maken, inklapbaar en uitvouwbaar.
De techniek refereert aan de origami: licht van gewicht krijgen de uitgevouwen objecten een met luchtgevuld volume.
De in Utrecht woonachtige Tóth Varjú, studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten aldaar. De monumentale uitstraling van haar ontwerpen bezit beeldende kracht. Het zijn romantische draagbare sculpturen, die qua vorm verwijzen naar de onvervulbare kinderwens om te kunnen vliegen. En verlangen dat in de kunst regelmatig herleefd.
Voor ICARUS Luchtbeelden IJsselstein, creëerde Tamaar Tóth Varjú een installatie naast het Stadsmuseum in het Vestingplantsoen. De installatie bestaat uit een grote waslijn, waar de eigentijdse kleding van Icarus al wapperend lucht vangt.
De kleding is zo ontworpen dat het veel visuele verwijzing heeft naar de lucht en naar de tragedie van Daedalus en Icarus. In de mythe is Daedalus opgesloten op Kreta. Alleen de lucht biedt hem de kans te ontsnappen. Hij stelt zich een moeilijke taak; “een kunst te maken als nooit tevoren”. De kunst bestond uit twee grote vleugels van draad, was en veren, om de armen van hem en zijn zoon te tooien.
De kleding die Tamaar Tóth Varjú ontwerpt voor de eigentijdse Icarus, zijn niet gemaakt van was of veren, maar van eigentijdse materialen. Behalve naar Icarus en Daedalus verwijst haar werk naar de ultieme Daedalus van de Renaissance: Leonardo da Vinci: dromer, kunstenaar, onderzoeker, uitvinder en architect. Hij ontdekte ons tekortkomen om te kunnen vliegen in het missen van een cruciale spier. Een spier die de vleugelslag, voor langere tijd, zou kunnen garanderen. Zijn vele tekeningen, die bewaard bleven, over vliegmechanieken, bewijzen dat de wendroom om te vliegen nooit verloren ging. Tamaar Tóth Varjú maakt kunst in de traditie van Daedalus en Leonardo da Vinci, maar transporteert de verlangens naar deze tijd. Als een Daedalus bedenkt zij nieuwe metaforen voor de vliegkunst en zet ze om in draagbare beelden. Aan het menselijk lichaam kan je immers sleutelen met plastische chirurgie, transplantaties en genetische manipulaties.
Vleugels aanzetten kan momenteel nog niet, een vliegspier transplanteren ook nog niet, maar : misschien, beredeneerd TTV, “duurt dit niet zo lang meer, zodat het menselijk lichaam aangepast kan worden naar een reis naar de zon”. De nieuwe Icarus kan wat haar betreft het licht zien. Zijn kleding hangt klaar, reeds aangepast op het nieuwe lichaam.
IJsselstein bezit de perfecte omgeving voor de nieuwe Icarus. De zendmast als afvliegpunt, een lage horizon en veel water om een eventuele val te breken. Wat wil hij nog meer?